Gitaarbouw body deel 1

Voor mijn eerste zelfbouwgitaar heb ik een kapotte gitaar gekocht en deze helemaal uit elkaar gehaald en met niet meer dan een globaal idee in mijn hoofd wat ik er uiteindelijk mee wilde doen. Deze aanpak heeft me geleerd hoe een gitaar er van binnen uitziet qua constructie en elektronica. De gitaar was een Fender stratocaster waarvan de hals en body beschadigd waren en de elektronica niet goed in elkaar zat.

De algehele vorm: 

Tenzij men begint met een bezetenheid voor een bepaald type gitaar is het niet eenvoudig om
tot een uitgebalanceerd globaal ontwerp te komen. Qua uiterlijke vorm is weinig ondenkbaar
bij elektrische gitaren. Bij eerste ontwerpen van jonge bouwers in spé zie ik regelmatig zeer
complexe en buitenissige vormen, vaak met veel krullen en punten; ontwerpen die niet alleen
heel lastig zullen zijn om te maken, laat staan netjes af te werken, maar die soms ook
onpraktisch zullen zijn om te bespelen.
Soms is het beter, zeker in eerste instantie, te kiezen voor een bestaand en eenvoudig
model. Zo kan ik nauwelijks beschrijven hoe blij ik ben met de VRM Telecaster/Gibson die ik heb gemaakt;
één van de simpelste modellen om zelf te bouwen en met een geluid dat ongelooflijk mooi is (zie video hieronder)

en me deed afvragen hoe het mogelijk was dat ik heel mijn leven
niet eerder op het idee was gekomen een dergelijke gitaar te maken.

Dikte en gewicht

Elektrische gitaren zijn bijna zonder uitzondering dun in vergelijking met akoestische, maar
ook relatief zwaar. Mijn favoriete zelf gebouwde gitaar, het exemplaar dat ik in dit blog als
leidraad gebruik, weegt nog geen 3 kg; en dat is voor de meeste mensen fijn als je een hele avond op
een podium te staan. Nu vind ik gewicht niet altijd een probleem als de gitaar daardoor goed klinkt dat weet je van tevoren al dat
zowel eiken als mahonie zware houtsoorten zijn. Maar het is wel iets om rekening mee te
houden.
Een lichte gitaar hoeft niet slechter te klinken dan een zware, en een zware niet slechter dan
een lichte. Het is op de keper beschouwd een nauwelijks te voorspellen combinatie van
factoren.

Een Les Paul-achtige gitaar volgens klassieke specificaties zal flink zwaar uitvallen met
mahonie en esdoorn als belangrijkste houten bestanddelen terwijl een Telecaster met een
elzen, linde of moeras essen (het beroemde ‘swamp-ash’) heel licht zal zijn, misschien zelfs een
beetje topzwaar. De Telecaster/Gibson model die ik zelf heb gebouwd van Seqoai hout is uitermate licht in tegenstelling tot een Les Paul Gibson.

Qua vorm moet een gitaar, tenzij het een Flying V is, wat mij betreft prettig op het been
liggen als ze zittend wordt bespeeld. Door toevallige ervaring ben ik erachter gekomen dat
een volledig rechthoekige kast daarvoor prima voldoet. Maar natuurlijk is dat niet ieders
ideale ontwerp. Door ervaring ben ik er ook achter gekomen dat SG’s de neiging hebben om
met de kop omlaag te duiken als ze staand worden bespeeld, dat Les Pauls niet de meest
uitgekiende vorm hebben om zittend te bespelen en dat de Telecaster en met name de
Stratocaster bijzonder ergonomische ontwerpen zijn; lang niet te zwaar en zowel zittend als
staand meestal perfect in balans een combinatie van die twee met licht hout is uitermate fijn als je lang op het podium staat.

Halshoek

Bij sommige gitaren ligt de hals parallel aan de voorkant van de body en bij sommige gitaren
helt de hals enigszins achterover. Ik vermoed dat de hals met hoek, net als de gewelfde body,
een overblijfsel is van de jazzgitaar; daar moest vanwege de welving van het bovenblad de
hals wel een hoek maken om te voorkomen dat de toets ver voor de voorkant van de gitaar
moest uitkomen en niet de indruk te wekken dat de hals scheef aan de body zat. En
tegelijkertijd leidde die welving in het bovenblad tot een wat hoge, staande brug zodat de
snaren niet tegen de frets zouden komen (zie afbeelding). Al met al een ontwerp dat als
smaakvol wordt ervaren en ook een ontwerp waarvan ik zelf vind dat het ’t gevoel geeft dat de
gitaar in zekere zin een beetje om je heen buigt. Toen ik voor het allereerst in mijn leven een
Les Paul bespeelde, begreep ik hoe het mogelijk is dat sommige spelers de gitaar zo laag
hangen en nog steeds kunnen spelen; dat zit ‘m, vermoed ik, voor een deel in die halshoek.
Maar net als wel meer aspecten van de Les Paul-achtigen leidt die halshoek tot extra
complicaties bij de bouw. Leo Fender besloot eind jaren ’40 begin jaren ’50 zijn gitaren als
platte planken te bouwen, zonder halshoek en met een heel lage brug. Een soort T-Ford onder
de elektrische gitaren; ontworpen om aan de lopende band te worden gebouwd en met
makkelijk te vervangen onderdelen.

Geometrie gitaar met hellende neck

Bij massieve en half-holle gitaren is het in hoge mate een kwestie van persoonlijke smaak.
Het gevoel dat een gitaar ‘om je heen’ hangt in plaats van plat voor je, vind ik nog steeds heel
prettig maar ik speel met even veel plezier op mijn platte gitaren. En beide concepten zijn tot
op zekere hoogte met elkaar te combineren.

 

Zo tot zover deel 1, in het volgende blog ga ik in op het ontwerpen van de body.